NEN 1010
NEN 1010 'Veiligheidsbepalingen laagspanning'. Hierin staat omschreven in welke gevallen tekeningen verplicht zijn.

8.21.400 Schema's en tekeningen

8.21.401
grondschema: een schema dat zo eenvoudig mogelijk de samenstelling en globaal de werking van de installatie verklaart.

Toelichting bij: 8.21.401
In grondschema's worden installaties, uitrustingen of onderdelen daarvan in hun functioneel verband voorgesteld door symbolen, rechthoeken of andere figuren zonder dat alle verbindingen behoeven te worden aangegeven.

8.21.402
stroomkringschema: een schema dat nauwkeurig de werking van de installatie verklaart.

Toelichting bij: 8.21.402
De installatie, uitrusting of onderdelen daarvan, met hun onderlinge verbindingen die op de werking betrekking hebben, worden door symbolen weergegeven.

8.21.403
installatieschema: een schema dat gemakkelijk leesbaar een overzicht van de installatie of van een deel daarvan geeft.

8.21.404
installatietekening: een opstellingstekening die de plaats van onderdelen van een installatie en hun verbindingen weergeeft.

Toelichting bij: 8.21.404
Volgens NEN 11082 mogen verbindingen tussen onderdelen worden vervangen door verwijzingen.

514.5 Schema's en tekeningen Zie ook 8.514.5

514.5.1
Van installaties, waarin meer dan ´┐Ż´┐Żn schakel- en verdeelinrichting voorkomt, moeten een duidelijk en zoveel mogelijk bijgewerkt grondschema van de hoofdstroomverdeling en een installatieschema aanwezig zijn. Voor eenvoudige installaties kan worden volstaan met alleen een grondschema.

Toelichting bij: 514.5.1
In dit grondschema behoeven de eindgroepen niet te zijn weergegeven.

514.5.2
Symbolen in schema's en installatietekeningen moeten in overeenstemming zijn met NEN_5152. NEN 5152 is gebaseerd op IEC 617.

Deze norm bevat symbolen die bestemd zijn voor toepassing in elektrotechnische documentatie, bijv. schema's en diagrammen. Symbolen kunnen bestaan uit een combinatie van basissymbolen en toevoegsymbolen. In gevallen waarin deze of andere normen niet voorzien, kan men zelf symbolen maken, ook als basis- of toevoegsymbolen ontbreken. Deze symbolen mogen niet in strijd zijn of verwarring kunnen geven met bestaande symbolen en moeten op de tekening worden verklaard. De onderhavige norm NEN 5152 is een bewerking van IEC 617, delen 2 tot en met 11, waaraan enige in ons land gebruikte symbolen zijn toegevoegd. Deze norm bevat symbolen die bestemd zijn voor toepassing in elektrotechnische documentatie, bijv. schema's en diagrammen. Bij de Nederlandse bewerking van IEC 617 is een splitsing gemaakt tussen: - algemene symbolen, die zijn opgenomen in deze NEN 5152; - symbolen voor (ge´┐Żntegreerde) analoge elementen, die zijn opgenomen in NEN 5154; - symbolen voor (ge´┐Żntegreerde) digitale elementen, die zijn opgenomen in NEN 5155. De symbolen voor "Theoretische logicaschema's voor beveiligen, sturen en melden", zijn opgenomen in NPR 5164.

8.514.5.101
Van elke schakel- en verdeelinrichting met meer dan 12 eindgroepen of met een daarop aangesloten ge´┐Żnstalleerd vermogen van meer dan 20 kVA moet een duidelijk en zoveel mogelijk bijgewerkt grondschema aanwezig zijn.

8.514.5.102
Van een installatie moeten duidelijke en bijgewerkte installatieschema's beschikbaar zijn.

Toelichting bij: 8.514.5.102
Deze bepalingen gelden ook bij uitbreidingen, wijzigingen of vernieuwingen van een installatie. Aangezien installatietekeningen een ori´┐Żnterend karakter hebben, en daarom niet volledig op schaal behoeven te zijn, moeten ze alleen worden bijgewerkt als de oorspronkelijke tekening duidelijk van de werkelijkheid afwijkt.

8.514.5.103
Van veiligheidsketens moeten duidelijke en bijgewerkte stroomkringschema's aanwezig zijn.

8.514.5.104
In installaties met meer dan 12 eindgroepen of met een daarop aangesloten ge´┐Żnstalleerd vermogen van meer dan 20 kVA moeten van hulpstroomketens duidelijke en bijgewerkte stroomkringschema's aanwezig zijn.

Toelichting bij: 8.514.5.104
Deze bepalingen gelden ook bij uitbreidingen, wijzigingen of vernieuwingen van een installatie.

8.514.5.105
In de grondschema's overeenkomstig het bepaalde in 514.5.1 en 8.514.5.101 moet ten minste zijn aangegeven:
a) De stroomsoort, de spanning en de frequentie voor zover deze afwijkt van 50 Hz;
b) Het stroomstelsel;
c) De plaats waar bij TN-CS stelsels de PEN-leiding wordt gescheiden in een afzonderlijke nul en PE-leiding;
d) Van energietransformatoren het nominale vermogen, de primaire en secundaire nominale spanning, de schakeling, het klokgetal en de kortsluitspanning;
e) Het nominale vermogen, de nominale spanning, de schakeling en de verschillende kortsluitimpedanties van de generatoren en energie-omzetters;
f) De aanspreekstroom en de aanspreektijd van instelbare beveiligingstoestellen tegen kortsluitstroom;
g) De nominale stroom van vermogensschakelaars met niet-instelbare elektromagnetische kortsluitbeveiliging;
h) De nominale stroom van houders van smeltpatronen;
j) De hoogst toelaatbare stroom ( I z) van leidingen;
k) De kortsluitvastheid van schakel- en verdeelinrichtingen alsmede het nominale uitschakelvermogen van vermogenschakelaars die deel uitmaken van deze schakel- en verdeelinrichtingen, voor zover deze schakelaars en inrichtingen zich bevinden achter beveiligingstoestellen tegen overstroom met een nominale waarde van meer dan 400 A;
l) De aanspreekstroom en de aanspreektijd van instelbare beveiligingstoestellen tegen aardfoutstroom;
m) De nominale stroom en de nominale aanspreekstroom van aardlekschakelaars;
n) De nominale stroom van schakelaars voor zover deze stroom meer dan 16 A bedraagt;
p) De typen van leidingen, onder vermelding van aantal, nominale kerndoorsnede en bestemming van de kernen;
q) De lengte in m van leidingen tussen schakel- en verdeelinrichtingen;
r) De aanduiding van schakel- en verdeelinrichtingen en groepen, waarbij de groepen van een schakel- en verdeelinrichting systematisch en overzichtelijk moeten zijn genummerd.

Toelichting bij: 8.514.5.105
Bij de vaststelling van de hoogst toelaatbare stroom I z wordt geen rekening gehouden met verbruikende toestellen. De kortsluitvastheid van schakel- en verdeelinrichtingen wordt mede beoordeeld aan de hand van de grensstroompiek en de korteduurstroom, waarbij zonodig rekening wordt gehouden met de beperkende invloed van beveiligingsmiddelen.

8.514.5.106
In de installatieschema's overeenkomstig het bepaalde in 8.514.5.102 moet ten minste zijn aangegeven:
a) Alle gegevens genoemd in bepaling 8.514.5.105;
b) De nominale stroom en het type van de aan te brengen smeltpatronen;
c) De soort of benaming van het op de groepen aangesloten elektrisch materieel;
d) De nominale stroom van contactdozen voor zover deze stroom meer dan 16 A bedraagt;
e) Van elke eindgroep het aantal aansluitpunten voor lampen, contactdozen, vaste motoren en vaste verbruikende toestellen en de aansluitwaarde per eindgroep in A;
f) De arbeidsfactor waarvoor de installatie is ontworpen;
g) Bij toepassing van afzonderlijk aangesloten condensatorbanken het totaal van het reactief vermogen met specificatie van het vermogen per afzonderlijke condensatorbank, alsmede de mate van regelbaarheid;
h) De grootste belasting in kVA die per schakel- en verdeelinrichting en in de gehele installatie kan worden verwacht;
j) Voor vaste motoren, niet aangesloten op railkokersystemen, de aard van aanzetinrichtingen en van voorzieningen ten behoeve van toeren- of vermogensregeling;
k) De aardingsvoorzieningen;
l) De hoogst toelaatbare aardverspreidingsweerstand.

8.514.5.107
In de installatietekeningen overeenkomstig het bepaalde in 8.514.5.102 moet ten minste zijn aangegeven:
a) De ligging en bestemming van terreinen, gebouwen en ruimten;
b) de plaats van:
 1) Schakel- en verdeelinrichtingen;
 2) Energietransformatoren;
 3) Schakelaars;
 4) Aansluitpunten voor verlichting;
 5) Contactdozen;
 6) Vaste elektrische toestellen;
 7) Vaste machines niet aangesloten op railkokersystemen;
c) De plaats van de aardelektrode en van de hoofdaardrail of de hoofdaardklem;
d) Het hoofdtrac´┐Ż van leidingen tussen schakel- en verdeelinrichtingen onderling en tussen schakel- en verdeelinrichtingen en energietransformatoren, voedende machines en schakelaars;
e) het trac´┐Ż van in de grond gelegde elektrische leidingen;
f) Het trac´┐Ż van railkokersystemen;
g) Op welke eindgroep elk aansluitpunt is aangesloten;
h) De soort of benaming van door elektromotoren aangedreven werktuigen en vaste elektrische toestellen;
j) de codes van de uitwendige invloeden in ruimten voor zover deze afwijken van het bepaalde in 700.2

8.514.5.108
In de stroomkringschema's overeenkomstig het bepaalde in 8.514.5.103 en 8.514.5.104 moet ten minste zijn aangegeven:
a) De gegevens nodig voor de verklaring van de werking van de installatie;
b) De aansluitklemmen met de bijbehorende coderingen ten behoeve van het controleren van de installatie en het storing zoeken in die installatie.

8.514.5.109
De gegevens overeenkomstig het bepaalde in 8.514.5.105 tot en met 8.514.5.108 mogen op een andere wijze zijn vastgelegd.

Toelichting bij: 8.514.5.109
Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan computerlijsten en indexlijsten.


ETTB Elektrotechnisch Tekenbureau
Kolkgriend 125
1356 BK Almere

Tel. (036) 540 45 79
Fax (036) 540 45 79
GSM 06 50 65 77 22
E-mail info@ettb.nl


© 2006, ETTB, Lelystad. Ontwikkeling en realisatie PM Webdesign, Lelystad